Wat en waar er gebouwd wordt, daarin hebben Nederlandse gemeenten de afgelopen zestig jaar een unieke rol gehad. Nergens anders ter wereld investeerden lokale overheden zo veel en zo risicovol in gebiedsontwikkeling. Nu zitten veel gemeenten met grond die ze – vanwege crisis en krimp - niet verkocht krijgen. Een strop van honderden miljoenen. Niet alleen daarom moet het Nederlandse ruimtelijke ordeningsmodel dringend op de schop, betoogt Erwin van der Krabben, hoogleraar Vastgoed- en locatieontwikkeling aan de Radboud Universiteit, in zijn oratie op 15 juni.
Sinds de jaren vijftig ging het zo in Nederland: gemeenten kochten grond, maakten die bouwrijp en verkochten die aan projectontwikkelaars. Die gang van zaken komt nu tot stilstand, want de vraag naar bouwgrond is flink afgenomen door de economische crisis. Ook demografische krimp maakt dat gemeenten minder makkelijk van hun grond af komen en dus inkomsten derven. Hoe acuut het probleem is, is niet helemaal duidelijk, vertelt Erwin van der Krabben. 'Onverkochte grond is niet direct een verliespost, maar een post waarop minder winst geboekt wordt dan verwacht. Dat verschil is een tijdje op te vangen, maar op een gegeven moment is die reserveringsruimte er niet meer. En dan gaat het om miljoenenbedragen.’ Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte vorige week bekend dat gemeenten in 2009 in totaal 414 miljoen verlies leden op bouwgrond. (lees verder http://www.ru.nl/wetenschapsagenda/@814086/gemeenten-moeten-!)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten